Achter iedere digitale dienst ligt een fysieke werkelijkheid. Apparatuur, datacenters, stroomvoorzieningen, glasvezelroutes, beheerafspraken en herstelprocessen bepalen samen hoe sterk een digitaal landschap werkelijk is. Als één van die schakels onder druk komt te staan, kan dat direct gevolgen hebben voor applicaties, cloudomgevingen, datastromen en gebruikers.
De recente gebeurtenis bij een datacenter in Almere laat zien dat fysieke omstandigheden direct van invloed kunnen zijn op digitale dienstverlening [1] [2]. Het is een goed moment om stil te staan bij een bredere vraag: hoe richt een organisatie het fysieke netwerklandschap zo in dat het ook bij verstoring kan blijven functioneren?
Voor het beantwoorden van die vraag kijken we door de bril van assetmanagement. Jurgen, Assetmanager bij TReNT, houdt zich dagelijks bezig met de fysieke kant van connectiviteit. Zijn belangrijkste boodschap: fysieke veiligheid begint met het goed inschatten van risico's. Hoe belangrijk zijn continuïteit en beschikbaarheid voor je organisatie? Als die cruciaal zijn, moet dat terugkomen in je netwerkdesign.

In de rol van Assetmanager ben je verantwoordelijk voor het optimaal beheren, onderhouden en toekomstbestendig ontwikkelen van het glasvezelnetwerk van TReNT. Vanuit de rol bewaak je de kwaliteit, beschikbaarheid, veiligheid en waarde van de fysieke netwerkassets, zodat organisaties in sectoren zoals onderwijs, zorg, overheid, ICT, telecom en zakelijke dienstverlening kunnen blijven vertrouwen op stabiele en schaalbare dark-fiberverbindingen. Je vertaalt data over netwerkprestaties, risico’s, levensduur, capaciteit en klantbehoeften naar heldere beheer- en investeringskeuzes.
Daarbij werk je nauw samen met techniek, operations, sales, projectmanagement, leveranciers en partners om te zorgen dat het netwerk betrouwbaar blijft functioneren én meegroeit met de digitale ambities van klanten. De Assetmanager heeft daarmee een verbindende rol tussen strategie en uitvoering: hij of zij zorgt dat het ondergrondse netwerk, dat voor klanten vaak onzichtbaar maar bedrijfskritisch is, duurzaam, efficiënt en toekomstgericht wordt ingezet.
Beschikbaarheid is meer dan uptime
Beschikbaarheid klinkt vaak als een technisch percentage, maar gaat in de praktijk om iets concreets: kunnen medewerkers werken, klanten geholpen worden en kritieke processen blijven draaien? Een applicatie kan goed zijn ingericht, maar alsnog niet bruikbaar zijn als de verbinding wegvalt of een locatie niet bereikbaar is. Volgens Jurgen begint een goed netwerkontwerp daarom bij de waarde van wat je wilt beschermen. Voor sommige processen is tijdelijke uitval beheersbaar. Voor andere processen raakt uitval direct aan dienstverlening, veiligheid of maatschappelijke continuïteit.
Als beschikbaarheid cruciaal is, moet dat zichtbaar worden in de fysieke inrichting van het netwerk. Denk aan twee datacenters in het netwerkdesign of redundante aansluitingen voor belangrijke locaties. Niet omdat redundantie een doel op zich is, maar omdat het ontwerp moet passen bij de impact van uitval.
Redundantie moet fysiek kloppen
Veel organisaties denken bij continuïteit aan een tweede verbinding, tweede leverancier of alternatieve omgeving. Dat zijn logische keuzes. Maar volgens Jurgen gaat het vaak mis wanneer organisaties niet verder kijken dan de naam van de leverancier of de aanwezigheid van een tweede contract: "Soms willen klanten een andere leverancier als redundantie. Ze vergeten dan vaak te kijken naar de fysieke routes van beide leveranciers. Daardoor kan er toch een single point of failure ontstaan, bijvoorbeeld omdat beide verbindingen in dezelfde telecomgeul liggen."
Twee verbindingen kunnen op papier verschillend zijn, maar in de praktijk door dezelfde straat, boring of telecomgeul lopen. Dan lijkt er sprake van redundantie, terwijl dezelfde fysieke verstoring beide verbindingen tegelijk kan raken. De organisatie heeft dan wel een tweede oplossing ingekocht, maar niet per se een tweede route gerealiseerd.
Echte redundantie vraagt daarom om geografisch inzicht. Waar lopen de primaire en secundaire verbindingen? Waar komen routes samen? Welke locaties, datacenters en actieve componenten zijn onderdeel van de keten? De fysieke werkelijkheid achter de verbinding bepaalt hoeveel veerkracht je werkelijk hebt.
Assetmanagement maakt afhankelijkheden zichtbaar
Geografisch inzicht vraagt om systematisch beheer van je fysieke omgeving, assetmanagement helpt om dat inzicht concreet te maken: welke assets zijn er, waar liggen ze, welke processen zijn ervan afhankelijk en wat gebeurt er als ze tijdelijk niet beschikbaar zijn?
Jurgen benadrukt dat organisaties minimaal goed moeten kijken naar hun design en geografische routes om single points of failure te voorkomen. Dat klinkt technisch, maar de impact is bestuurlijk. Als een kritieke verbinding ongemerkt samenloopt met een tweede verbinding, accepteer je mogelijk meer risico dan je denkt.
Daarom hoort informatie over routes, locaties en kritieke assets thuis in gesprekken over digitale continuïteit, niet pas wanneer er iets misgaat. Al tijdens het ontwerpen, toetsen en verbeteren van het netwerk. Zo kun je bewuste keuzes maken: waar is extra zekerheid nodig, welke risico's accepteer je en welke risico's wil je actief verkleinen?
Herstelbaarheid ontwerp je vooraf
Een stevig fysiek netwerklandschap gaat niet alleen over voorkomen, maar ook over herstelbaarheid. Volgens Jurgen wordt de hersteltijd bepaald door de complexiteit van de storing en de beschikbaarheid van actieve componenten. Een eenvoudige graafschade is vaak sneller hersteld dan schade aan een gestuurde boring. Bij die laatste wordt waarschijnlijk eerst gekeken naar tijdelijk herstel of een bypass in plaats van gelijk een definitief herstel.
Herstel verloopt zelden lineair. Technische componenten, tijdelijke voorzieningen en een gefaseerde terugkeer naar de reguliere situatie maken deel uit van elk herstelproces [3]. Wie vooraf nadenkt over welke onderdelen kritisch zijn, welke leverancier daarbij nodig is en welke route als alternatief kan dienen, staat bij een verstoring een stuk sterker.
Begin bij je netwerkdesign
Voor organisaties die sterk leunen op digitale processen is fysieke infrastructuur geen randvoorwaarde meer: het is de basis. Toch wordt die fysieke laag in gesprekken over continuïteit nog vaak gezien als een technisch detail. Volgens Jurgen is dat te beperkt: "De fysieke infrastructuur is de basis van je netwerk. Daar moet je weloverwogen keuzes in maken, zodat uitval tot een minimum beperkt kan worden."
De eerste stap is praktisch: controleer samen met je leverancier het netwerkdesign en de fysieke routes. Leg het ontwerp naast je belangrijkste processen. Kijk welke locaties, verbindingen, datacenters en assets nodig zijn om die processen beschikbaar te houden. En toets of primaire en secundaire verbindingen ook echt fysiek en geografisch voldoende gescheiden zijn.
Digitale continuïteit begint niet pas in de cloud of in het securitydashboard maar al bij de routes, assets en ontwerpkeuzes die bepalen of jouw organisatie verbonden blijft wanneer het spannend wordt.
Een stevige basis voor de toekomst
Wil je verkennen hoe dat voor jouw organisatie werkt? Neem dan contact met ons op.
Aanvullende referenties
[1] NorthC Datacenters, ‘Brand in ons datacenter in Almere’, geraadpleegd op 11 mei 2026, Brand in ons datacenter in Almere | NorthC
[2] NOS, ‘Storingen in hele land door brand datacenter Almere, brand onder controle’, 7 mei 2026, Storingen in hele land door brand datacenter Almere, brand onder controle
[3] Techzine, ‘NorthC Almere: stroomherstel twee dagen vertraagd’, 11 mei 2026, NorthC Almere: stroomherstel twee dagen vertraagd - Techzine.nl





